2013-06-06 Nederlandse bezitters van zonnepanelen hoeven GEEN BTW te betalen over de stroom die zij produceren

De afgelopen dagen kon in verschillende landelijke kranten en vooral op het internet worden gelezen dat het Europese Hof van Justitie in een Oostenrijkse kwestie (‘Fuchs’) heeft beslist dat bezitters van zonnepanelen BTW moeten betalen over de stroom die zij leveren aan hun energiebedrijf. Dit zou nu ook gaan gelden voor Nederlandse bezitters van zonnepanelen. Dit klopt niet. Het is zelfs onzin.

Het is goed om de feiten eens op een rijtje te zetten.

Als iemand zonnepanelen op zijn dak heeft en daarmee op enig moment stroom opwekt die hij op dat moment niet zelf gebruikt, dan wordt die stroom vanuit zijn huis afgevoerd en wordt die stroom ‘ingevoed’ in het openbaar elektriciteitsnetwerk.

Wat gebeurt er dan met die stroom; raakt de eigenaar van de zonnepanelen die stroom dan kwijt of hoe moeten we dat juridisch zien?
Die vraag is lastig te beantwoorden, omdat elektriciteit juridisch gezien nogal ongrijpbaar is en zich moeilijk laat indelen in de gebruikelijke juridische begrippenkaders. Het antwoord is daarom: wat er met die ‘ingevoede’ stroom gebeurt, hangt er van af hoe je dat wettelijk regelt.

In Oostenrijk is het zo geregeld, dat iemand met zonnepanelen een contract sluit met zijn energiebedrijf, waarin afgesproken wordt dat hij voor alle stroom die hij met zijn zonnepanelen ‘invoedt’ in het openbaar net, een vergoeding krijgt van het elektriciteitsbedrijf.  Het ‘invoeden’ van stroom in het openbaar net is in Oostenrijk dus juridisch geregeld als het verkopen en ‘leveren’ van die stroom door het huishouden aan het energiebedrijf tegen een vergoeding.

Maar als je goederen (voor de BTW wordt ‘stroom’ behandeld als een goed) tegen een vergoeding verkoopt en ‘levert’ aan een ander, dan is dat volgens de BTW-wetgeving een belastbaar feit en moet daarover BTW worden afgedragen, tenminste als het ‘leveren’ bedrijfsmatig gebeurt. In Oostenrijk wordt het ‘invoeden’ van stroom door een huishouden – kennelijk – beschouwd als een bedrijfsmatige levering van stroom tegen een vergoeding, en dus wordt er BTW over geheven.

Hoe is in Nederland het ‘invoeden’ van stroom geregeld? Daarvoor moet gekeken worden naar artikel 31c Elektriciteitswet. Daarin staat dat voor een huishouden dat niet alleen stroom gebruikt van het net maar zelf ook stroom ‘invoedt’ in het net, het energiebedrijf uitsluitend een nota wegens ‘geleverde stroom’ mag sturen voor de hoeveelheid gebruikte stroom minus de hoeveelheid ‘ingevoede’ stroom.  Van enige ‘stroomlevering’ door het energiebedrijf aan het huishouden is daarom alleen sprake, als het huishouden meer stroom gebruikt dan het zelf heeft geproduceerd en ‘ingevoed’.

De Nederlandse wetgever heeft het wettelijk dus zo geregeld, dat het huishouden wordt geacht alle ‘ingevoede’ stroom zelf te hebben benut en opgemaakt voor het eigen stroomgebruik. Dat is van belang voor de vraag of er over de ‘ingevoede’ stroom ook BTW moet worden betaald.

Als een huishouden geacht wordt de zelfgeproduceerde stroom zelf te hebben gebruikt, dan is duidelijk dat het huishouden die zelfgeproduceerde stroom niet heeft ‘verkocht en geleverd’ aan het energiebedrijf of aan wie dan ook. Dat verklaart meteen waarom in het Nederlandse systeem het huishouden geen enkele vergoeding ontvangt voor de ‘ingevoede’ stroom.  Dus: geen ‘levering’ van stroom, en geen ‘koopprijs’ als tegenprestatie. Voor de BTW-wetgeving betekent ‘geen levering van goederen’ dat er geen BTW wordt geheven. Bovendien is er geen ‘koopprijs’ waarover de BTW berekend zou moeten worden. Dus: in Nederland geen BTW over de stroom die een huishouden met zonnepanelen zelf produceert en ‘invoedt’ op het net.

Voor één situatie ligt dit anders. Die situatie ontstaat als het huishouden méér stroom ‘invoedt’ dan het zelf gebruikt. Voor die situatie heeft de Nederlandse wetgever voor het ‘invoeden’ een afwijkende regeling vastgesteld die sterk lijkt op de Oostenrijkse regeling.

Met artikel 95c Elektriciteitswet heeft de wetgever geregeld, dat als een huishouden meer stroom ‘invoedt’ dan het zelf gebruikt, dit ‘productieoverschot’ wordt beschouwd als een aanbod van het huishouden aan het energiebedrijf tot het ‘leveren’ van stroom, en dat het energiebedrijf verplicht is dit aanbod te aanvaarden en voor dit ‘productieoverschot’ een redelijke vergoeding moet betalen.

Hier wordt de ‘ingevoede’ stroom dus wel degelijk door het huishouden tegen een vergoeding verkocht en ‘geleverd’ aan het energiebedrijf, en dan komt heffing van BTW in beeld, als deze ‘levering’ tenminste beschouwd wordt als een bedrijfsmatige activiteit. Maar volgens het Fuchs-arrest komt dan ook (gedeeltelijke) teruggave in beeld van de BTW die betaald is bij de aanschaf van de zonnepanelen.

Conclusie: Verreweg de meeste Nederlandse bezitters van zonnepanelen hoeven niet bang te zijn dat zij binnenkort BTW moeten gaan betalen over de stroom die zij produceren. De verhalen daarover in diverse media zijn onjuist.

Heeft u vragen over dit onderwerp? Neemt u dan contact op met
Koos van den Berg, advocaat Vastgoedrecht, op telefoonnummer 020 – 577 77 00. 

 

http://www.hocker.nl/nieuws/233/Nederlandse_bezitters_van_zonnepanelen_hoeven_GEEN_BTW_te_betalen_over_de_stroom_die_zij_produceren